“Schaatsen als nuttige wintertraining voor skeeleren”

Lees hierbeneden een vermakelijk en informatief artikel over Arjan Smit  uit 2004 (!).

Met ‘gerijpte’ wieltjes de trots van Nijeveen en omstreken

INTERVIEW, Door Mark van Driel
Gepubliceerd op 31 juli 2004 00:00, bijgewerkt op 17:13

(© Volkskrant)
Arjan Smit staat in hoger aanzien sinds voormalig skeelervedette Chad Hedrick ‘s werelds sterkste schaatser is. Bij de EK skeeleren, komende week, jaagt de Drent op een titel. ‘Het lacherige is er nu wel af.’

Een geheim wapen zal Arjan Smit de onopvallende kast in de hoek van zijn kleine schuur niet gauw noemen. Hij is geen man van grote woorden. Maar de kast, die hij zelf heeft getimmerd, is belangrijker dan zijn sobere vormgeving doet vermoeden.

In de kast zijn tientallen wieltjes opgeborgen. Als kleine kaasjes liggen ze keurig naast elkaar, tien per plankje, in allerlei maten en kleuren. Sommigen zijn al een jaar niet aangeraakt, zegt Smit, terwijl hij zijn blik laat dwalen over het kunststof. Hij vervolgt in alle ernst: ‘Ik zeg altijd dat de wieltjes moeten rijpen.’

Oude wieltjes zijn harder, meent Smit. En harde wieltjes verminderen de weerstand bij het rijden op de weg of op de baan, waardoor meer snelheid kan worden ontwikkeld. ‘Rijpen’ loont naar zijn overtuiging. Weinigen zullen hem tegenspreken, want de 26-jarige Drent uit Nijeveen is Nederlands meest succesvolle skeeleraar.

Smit is de kopman van de omvangrijke Nederlandse ploeg tijdens de EK skeeleren, die komende week worden gehouden op een piste in Heerde en een wegparcours in het centrum van Groningen.Hij is zesvoudig Nederlands kampioen en heeft bij de WK, twee jaar geleden in het Belgische Oostende, zilver gewonnen.

Voor het bonte gezelschap van buitenlandse skeeleraars dat deze week in Heerde en omgeving verblijft is Smit een geducht, zo niet gevreesd tegenstander. Hij hoeft nimmer uitleg te geven over zijn liefde voor de sport, die wordt gedomineerd door Franse en Italiaanse vrijbuiters. Voor hen is skeeleren (in het buitenland inline skaten genoemd) veel meer dan sport. Het is een stijl van leven.

In Nederland wordt Smit in de eerste plaats gezien als marathonschaatser, een matige bovendien. Pas afgelopen winter won hij een wedstrijd op kunstijs, na jarenlang vergeefs proberen. Uit zijn bescheiden prestaties op het ijs trok menigeen de conclusie dat skeeleren weinig voorstelde. Een aangename zomertraining, meer zou schaatsen op wieltjes niet zijn.

Tot vreugde van Smit is dat beeld afgelopen winter volledig bijgesteld. De Amerikaan Chad Hedrick, vijftigvoudig wereldkampioen op skeelers, veroverde na krap twee jaar winters oefenen op klapschaatsen in het Noorse Hamar de wereldtitel allround. Plotseling stond niet het niveau van skeeleraars ter discussie, maar het niveau van de schaatsers.

‘Het lacherige is er nu wel van af’, zegt Smit met een grijns. ‘De grote winst van Hedricks doorbraak is dat er nu in Nederland ook meer erkenning voor onze sport is gekomen. Het is hele goeie reclame.’

Smit, die schaatsen als kind vooral zag als een nuttige wintertraining voor skeeleren, wijst er fijntjes op dat Hedrick niet de enige skeeleraar is die op ijs tot grootste prestaties in staat is.

Europees Kampioen allround Mark Tuitert was tot zijn achttiende een getalenteerd skeeleraar. En ook zijn nichtje Gretha Smit, winnares van de zilveren medaille op de Spelen van Salt Lake City, is volgens hem van nature geen schaatsster. ‘Gretha heeft van haar twaalfde tot haar 24ste in de zomer elk weekeinde een wedstrijd geskeelerd. Dat is haar basis.’

Op wieltjes hoeven schaatsers hun geluk nu niet meer te beproeven, meent Smit. ‘Nul komma nul kans’ zouden ze volgens hem hebben op een medaille, als ze zouden meedoen aan de EK. ‘Tuitert heeft nog wel eens meegedaan aan een marathon op de weg. Hij is een goed getraind atleet. Maar hij kwam toch veel tekort. Skeeleren is een op zichzelf staande sport geworden.’

Dat zijn sport in Nederland desondanksin de schaduw zal blijven staan van schaatsen, beseft Smit. Sterke atleten trekken naar het ijs, vanwege de traditie, de status (skeeleren is niet olympisch) de verdiensten.

Anders dan veel schaatsers, kan Smit van zijn sponsorcontract niet leven. Hij werkt halve dagen als verkoper bij een fabrikant van schaats-en skeelermateriaal. Winst in een van de tientallen skeelermarathons die elke zomer worden gehouden in vooral de oostelijke en noordelijke provincies, levert hooguit 50 euro op. Bij de EK is helemaal geen prijzengeld.

‘Ik denk wel eens: wat zou er zijn gebeurd als ik tegelijk met Tuitert in het schaatsen was gestapt. Maar ja, ik was niet echt bezig met schaatsen. Het geld was leuk geweest. Maar de faam? Ik ben een jongen die van zijn rust houdt. Laat mij maar lekker in Nijeveen zitten. Het is genoeg als het dorp trots op je is.’

Op de EK heeft Smit zich niettemin als prof voorbereid. Hij heeft twee maanden onbetaald verlof genomen om te kunnen trainen rusten. Het parcours rondom de Groningse Martinitoren is verschillende malen verkend op de vroege zondagochtend, met een enkele nachtbraker als toeschouwer. ‘Om zeven uur ‘s ochtends konden we de weg op. Dan kwamen de laatste stappers net strompelend uit de kroeg. Uitslovers, krijg je dan te horen.’

Of Smit in Groningen kans heeft op de Europese titel durft hij niet te zeggen. Zijn voorbereiding is verstoord door een pijnlijke lies. En van zijn favoriete ‘gerijpte’ wieltjes, waarmee hij snelheden van 50 kilometer per uur kan halen, zal hij vermoedelijk geen gebruik maken.

Dit seizoen heeft een aantal Italianen een kleine revolutie ontketend in zijn sport. Van vijf wieltjes met elk een doorsnee van 8 centimeter stapten ze over naar vier wieltjes met een doorsnee van 10 centimeter. Ze wonnen prompt alles.

‘Vorige maand ben ik ook overgestapt. Het gaat gewoon harder, als je eenmaal op gang bent. Ik moet de fabrikant vragen om de oudste wieltjes die hij heeft liggen. Maar die hebben vast geen jaar gelegen.’

Hoewel zijn voorbereiding niet ideaal is verlopen, heeft Smit allerminst spijt van zijn beslissing twee maanden als prof te leven. Hij wil zichzelf later, ‘als ik met een wijntje en een sigaar in de tuin zit’, niet kunnen verwijten dat hij niet met heel zijn hart heeft geprobeerd een gouden medaille te winnen.

Hij wil als skeelerkampioen herinnerd worden, al is het maar in Nijeveen en omstreken. ‘Vaak vragen mensen waarom ik skeeleren leuker vind dan schaatsen. Als de zon schijnt, is het gemakkelijk uit de leggen. Lekker buiten rijden, lekker in de natuur. Schaatsen is steeds maar weer datzelfde rondje. Skeeleren geeft je vrijheid.’

 

3 reacties op ““Schaatsen als nuttige wintertraining voor skeeleren””

  • Jacq schreef op 1 juni 2011:

    Nog ‘n knuppeltje in het hoenderhok: http://schaatsen.nl/nieuws/2011-06-01-de-geest-is-uit-de-fles

  • Julien Ryckeboer schreef op 3 oktober 2010:

    Weer iets bijgeleerd van Arjan.
    Oude tubes zijn ook beter om te fietsen.

  • marin schreef op 7 oktober 2009:

    Knuppel in het hoenderhok?

 

Reageer