Ben ik schaatser of skeeleraar, of allebei?
We kunnen hele pagina’s volschrijven over de voors en tegens van het combineren van schaatsen en skeeleren, maar dat gaan we (hier en nu) niet doen.
Hieronder tref je een aantal interessante bijdragen aan die de combinatie van deze verwante sporten beschrijven (onderstaande artikelen) of laten zien (video Mark Tuitert:
http://www.sportinholland.nl/videos_detail.php?videoId=131 © Stichting Sportshake)
Tweelingbroers snelste schaatsers op skeelers (© De Volkskrant, mei 2009)
HEERDE – Tweelingbroers Michel en Ronald Mulder sprinten om het hardst, op ijs en asfalt. Het hoort niet, maar zij vinden het leuk.
Ze laten zich de wet niet voorschrijven. Wat anderen ook mogen denken, Ronald en Michel Mulder gaan hun eigen gang. Bloedeigenwijs.
IJs of asfalt, ijzers of wieltjes, in de openlucht of overdekt: het maakt de 23-jarige tweeling uit Zwolle niet uit. Als ze zich maar met hoge snelheid kunnen voortbewegen door zijwaarts af te zetten.
De Mulders zijn de snelste skeeleraars op de schaats – op de 500 meter zijn ze allebei beter dan de Amerikaan Chad Hedrick, de voormalige wereldkampioen skeeleren en schaatsen. En ze zijn vermoedelijk de snelste schaatsers op skeelers – Hedrick waagt zich niet meer aan sprintwedstrijden in zijn oude sport.
Maar de ambitieuze tweeling wil meer. In augustus mikken ze op een Europese titel skeeleren. Zowel Ronald als Michel heeft al brons gewonnen op de 500 meter, de één in 2007, de ander in 2008. En ze hebben hun zinnen gezet op deelname aan de Olympische Spelen van Vancouver, ook op de 500 meter. Hun trainer is Gerard van Velde, de Nederlands recordhouder op die afstand.
De sprinters geloven heilig in hun aanpak. Ze vinden skeeleren te leuk om links te laten liggen. En ze hebben er stiekem schik in het ongelijk van veel schaatstrainers aan te tonen. Die denken dat skeeleren ten koste gaat van de schaatstechniek, ondanks het olympische succes van Hedrick (2006) en Derek Parra (2002).
Ronald Mulder: ‘We doen dit al dertien jaar. Dat betekent dat we al 26 keer de overstap hebben gemaakt van skeeleren naar schaatsen, en omgekeerd. Als ik wieltjes voel, dan skeeler ik. Als ik ijzers voel, dan schaats ik. Ik denk dat er weinigen de overstap zo gemakkelijk maken als wij.’
Michel Mulder: ‘Ik denk dat het alleen maar voordelen heeft. Het is mooi om in de zomer competitie te hebben en niet alleen te hoeven trainen. En je wordt er enorm sterk van. Zet mij twee uur op het ijs en ik kan weer schaatsen. Maar voor anderen kan het moeilijk zijn. Het hangt ervan af hoe behendig je bent.’
In Heerde, op hun thuisbaan, doet zaterdag alleen hun tenue aan de winter denken. Ze dragen de logo’s van hun wintersponsor: ze maken deel uit van de APPM-ploeg. Ze hebben speciaal verlof gekregen van een trainingskamp op Mallorca om mee te kunnen doen aan de internationale invitatiewedstrijd, waaraan skeeleraars deelnemen uit landen als Nieuw-Zeeland, Amerika en Colombia.
De 500 meter op de betonnen baan, die oplopende kuipbochten heeft, is onvergelijkbaar met dezelfde afstand op ijs. De baan is Heerde is 200 meter lang, zodat de rijders vijfmaal de bocht door moeten. Daarnaast komen ze met vier rijders tegelijk in actie, waardoor de wedstrijd een tactisch steekspel op hoge snelheid wordt. ‘Dit is een spectaculaire sport’, meent Michel Mulder. ‘Het is acrobatiek’, zegt Ronald, die tien minuten jonger is dan zijn broer.
Ronald is het meest op dreef. Terwijl Michel in de kwartfinales is uitgeschakeld, vermaakt hij het publiek in de finale met een gewaagde inhaalmanoeuvre in een bocht. Hij wringt zich met gevaar voor lijf en leden naar voren met een snelheid van tegen de 45 kilometer per uur. Hij lijkt de finale te winnen, met een machtige spagaat. Maar hij is op het laatste moment nog gepasseerd.
Het deert hem niet. Dankzij de tweede plaats heeft hij de hoofdprijs in het klassement over 300 meter (tijdrit) en 500 meter bemachtigd: 900 euro. Hij is vijf wereldkampioenen de baas gebleven.
Mulder: ‘Dit is niet te vergelijken met schaatsen. Op ijs ga je 500 meter volle bak. Je denkt niet na over tactische spelletjes. Als je hier van kop af 500 meter voluit gaat, kun je haast niet winnen.’ Zijn broer: ‘Dit moeilijker? Als je slim bent, is het juist makkelijker.’
Dankzij het skeeleren heeft de tweeling sinds vorige maand de A-status bij NOC*NSF, waardoor ze bijna fulltime kunnen sporten. Ze schatten hun prestaties op het asfalt hoger in dan op ijs. Michel Mulder: ‘Het is moeilijker om de top te bereiken in skeeleren. Er staan op een WK 55 landen. Bij schaatsen zijn dat er misschien 20.’
Toch hopen ze deze winter op de schaats door te breken. ‘Schaatsen is een wereldsport in Nederland’, zeggen ze onafhankelijk van elkaar. Alleen op het ijs is eeuwige roem te behalen, alleen op ijzers kunnen ze beroemder worden dan voetbaltweeling Frank en Ronald de Boer.
Ze zijn op de goede weg, denken ze. Op de eeuwige ranglijst van de 500 meter zijn ze sinds de afgelopen winter de achtste en tiende Nederlander, met persoonlijke records van 35,03 (Michel) en 15,14 (Ronald).
Ronald: ‘De sprinttop in Nederland is afgelopen jaar niet vooruit gegaan, wij wel. Als die progressie zich door zet, kunnen we straks zo maar op de Winterspelen staan.’
Schaatser of Skeeleraar (© Skatingonline, mei 2009)
Tja, wat ben ik eigenlijk. Normaal was het antwoord: “In de zomer skeeleraar, in de winter schaatser.” Dus eigenlijk kan je niet kiezen was dan vaak de reactie met een negatieve ondertoon. Voor alle mensen die dit tegen mij hebben gezegd: “Jullie hebben helemaal gelijk gehad, maar…”
Mijn hoofddoel zal verraden dat ik vooral schaatser ben. Olympische spelen en het liefst al in Vancouver 2010. Toch heeft, alleen maar schaatser zijn, één heel groot nadeel. Een zomer lang geen wedstrijden hebben, alleen maar trainen. Nooit kunnen testen hoe je ervoor staat. Natuurlijk kun je sprintjes op tijd doen in de training, of tijdritten fietsen. Maar ik bedoel wedstrijden waar het er echt om gaat. Waarin er ereplaatsen te verdienen zijn en er hoge wedstrijdspanning is. En wat misschien nog wel het belangrijkste is, wedstrijden waaruit je plezier en vertrouwen kan halen.
Vanaf Mallorca, in de brandende zon, zit ik nog in de euforische stemming van afgelopen weekend. Wat een deelnemersveld stond daar aan de start van de ‘Univé Skate-off’. In eerste instantie zou ik niet eens deelnemen, maar gelukkig kon ik een dag later vertrekken naar het trainingskamp van APPM. En maar goed ook want dit had ik niet willen missen.
Het skeeleren heb ik dus niet losgelaten. Ook al ziet het seizoen er een stuk anders uit, ga ik niet mijn hele zomer veranderen ten opzichte van vorig jaar. Zo vaak hebben mensen gezegd: “Ga het nu eens een keer echt proberen, in een Olympisch jaar, en gooi het skeeleren aan de kant.” Ik ben er van overtuigd dat ik juist beter wordt van het skeeleren. De afgelopen jaren is er in elk geval altijd nog vooruitgang geweest, waar vele andere sprinters in schaatsend Nederland stil hebben gestaan.
Vandaar dat het EK het eerste doel voor nu is. Daarna zal ik me volledig richten op schaatsen. Tot die tijd combineer ik de trainingen van APPM, met die van de nationale skeelerselectie. Kortom: Ik hoef niet te kiezen!
Ronald Mulder
Reageer